‘Bestuurlijk onvermogen ten top; totale lethargie bij Rijkswaterstaat rondom waterkrachtcentrale Hagestein’ (Dutch only)

Een van de projecten waar ik (inmiddels, helaas) al jaren aan werk, is het weer draaiende krijgen van de waterkrachtcentrale in de Lek bij Hagestein. In onderstaand artikel wordt aardig weergeven waarom dit maar niet van de grond wil komen.

23 januari 2013 – Er zit nog steeds geen enkel schot in plannen om de waterkrachtcentrale bij Hagestein in de Lek nieuw leven in te blazen. Dit tot grote frustratie van Ad van Wijk, die daar een kant en klaar plan voor op de plank heeft liggen. Ook de Tweede Kamer begrijpt niets van de onwil van Rijkswaterstaat om hiermee aan de slag te gaan. SP Kamerlid Jansen heeft weer vragen gesteld aan de minister over de lethargie van de uitvoeringsdienst.


Redder in nood
De waterkrachtcentrale ligt nu al weer acht jaar stil, nadat de vorige eigenaar Nuon besloot dat die aan het einde van zijn levensduur was. Nuon had zelf plannen opgesteld voor renovatie van de centrale, maar het bedrijf liet die versloffen. Vervolgens ontwikkelde iemand bij RWS zelf een plan. Maar zijn superieuren floten hem terug. De dienst peilde de interesse bij energiebedrijven. Duurzaam ondernemer Ad van Wijk hoorde ervan en stelde voor om de renovatie ter hand te pakken.

Investering
De stroom zou dan afgenomen kunnen worden door het lokale duurzame energiebedrijf Adem Houten, wat zojuist was opgericht. Houten ligt aan de andere kant van de Lek, tegenover Hagestein. Van Wijk denkt dat er twee tot drie miljoen euro in geïnvesteerd moet worden, zo zegt hij woensdag tegen Energieenwater.net. De betonnen constructie is nog goed, evenals waarschijnlijk de turbine. De tandwielkast, de bedrading en de generator moeten mogelijk wel vervangen worden.

Diepe rust
Maar Rijkswaterstaat reageerde vreemd. Het project zou worden aanbesteed, zo meldde de dienst in eerste instantie. De gemeenten Houten en Hagestein boden vervolgens aan om het exploitatierecht over te nemen, om verder tijdverlies te voorkomen. Maar toen besloot RWS ineens om het toch weer zelf te gaan doen. Diepe rust was wat volgde. Bijna de voltallige Tweede Kamer uitte vervolgens in september 2011 zijn ongenoegen over de gang van zaken door kritische vragen te stellen aan toenmalig staatssecretaris Atsma. Atsma kwam vervolgens met nietszeggende antwoorden. Er zouden onderzoeken gedaan moeten worden.

Vissen
Die zijn gedaan, zo zegt Ad van Wijk, maar hij heeft geen kennis kunnen nemen van de resultaten. Wel is er begin 2012 nog een bijeenkomst geweest. Twee redenen geeft RWS op voor de lethargie. Er zou een nieuwe vergunning moeten komen, vanwege mogelijke vissterfte. “Het is een wat oudere centrale dus de sterfte is wat hoger dan bij andere waterkrachtcentrales. Dit kan je echter ondervangen met de aanleg van visgeleidingssystemen”, zo zegt Van Wijk. Vissterfte is ineens een big issue. Het plan om in Borgharen een centrale aan te leggen sneuvelde na bezwaren over deze vissterfte, ingediend door sportvissers nota bene.

Evident
Het tweede punt is de waterhuishouding. De centrale zou gevolgen hebben voor de doorstroming. Dat de waterkrachtcentrale op de tweede plaats komt is echter voor iedereen evident, zo zegt Van Wijk. Bij hoog water moeten de sluizen open, dat snapt iedereen. Ook moet voorkomen worden dat er te weinig water achter de sluis komt te staan, maar ook dat is evident. De watertoevoer naar de centrale kan gereguleerd worden. De investering kost het Rijk helemaal geen geld. Van Wijk is bereid een gebruiksvergoeding te betalen.

Hemd
Maar er is geen doorkomen aan bij de asfalthoofden op het ministerie. Van Wijk: “Rijkswaterstaat heeft er geen zin in. Mensen binnen de afdeling duurzaamheid willen het nog wel, maar die hebben het niet voor het zeggen. Ik voel me in mijn hemd gezet. Het is één van de meest interessante vormen van duurzame energie. Je ruikt het niet, je hoort het niet, niemand heeft er last van. Vissterfte is een punt, daar moet je goed naar kijken. Dat doen we ook. Wat is hier aan de hand?”, zo vraagt Van Wijk zich verbolgen af.

Vragen
Van Wijk heeft gesproken met Kamerlid Paulus Jansen en die er weer vragen over heeft gesteld. Aan weer een nieuwe bewindspersoon, Schultz deze keer. Een mooie cynische ondertoon kan hem niet ontzegd worden: ‘Acht u de aanpak tot dusver een voorbeeld van een slagkrachtige overheid? Zo nee, wat gaat u doen om dit project zo snel mogelijk succesvol af te ronden?’ En: ‘Hoeveel is er inmiddels door Rijkswaterstaat uitgegeven aan onderzoeken, procesmanagement e.d. rond dit project? Acht u deze uitgaven in balans met de hoogte van de verwachte investering?’

De belangrijkste vraag:
Waarom duurt de besluitvorming over de reactivering zo tergend lang, waardoor nu al bijna acht jaar de mogelijkheid om 4 miljoen kWh/jaar duurzame stroom op te wekken onbenut blijft?’

bron en copyright: energieenwater.net

Kantoor van de toekomst: Vastgoed als energie­fabriek

Onderstaand artikel is verschenen in de Vastgoed bijlage van het Financieel Dagblad, op maandag 08 oktober 2012. Het is ook online te lezen.

Kantoren vreten onnodig veel energie. We moeten besparen op licht en warmte om ons vastgoed te verduurzamen, stelt energie-ondernemer en hoogleraar Ad van Wijk.

Sinds anderhalf jaar werk ik op de TU Delft. Een universiteitscampus waar veel grote gebouwen van net na de oorlog staan. Een periode waarin nog niet zo werd nagedacht over het energiegebruik, maar het comfort is er prima.
Wanneer ik mijn kamer binnenloop is het al lekker warm. Het licht moet ik zelf aandoen, maar er zit geen lichtschakelaar bij mij op de kamer. Nee, ik moet op de gang het licht voor alle kamers op die gang aandoen. Bovendien is het een verlichtingssysteem dat in een bak zit, naar het plafond schijnt en via de weerkaatsing aan het plafond de verlichting in mijn kamer verzorgt. Energiezuinig?

In het gebouw waar ik werk is het gebruik per werkplek ongeveer 2600 kWh voor verwarming en 2100 kWh voor elektriciteit. Vergelijk dat eens met ons energiegebruik thuis. In Nederland wonen we gemiddeld met 2,2 personen in een huis. Per persoon gebruiken we thuis 6.200 kWh voor verwarming en 1.600 kWh voor elektriciteit. Dus ik gebruik op mijn werk ongeveer zo’n 60% van de energie die een gemiddeld persoon thuis gebruikt. Als ik het zou vergelijken met mijn privésituatie, waar ik met vijf personen in een huis woon, dan gebruik ik op mijn werk meer energie dan thuis. Daar zit je dan, als professor ‘future energy systems’.

Helaas is het zo dat mijn werksituatie niet veel verschilt van die van veel andere kantoorwerkers. We hebben onze kantoren en woningen in het verleden eigenlijk lek gebouwd. Vanuit kosten èn milieu zijn we tegenwoordig dan ook sterk bezig met het terugdringen van het energiegebruik van onze woningen en kantoren. Het is een belangrijk thema in het ‘verduurzamen’ van ons vastgoed.

Maar waar we eigenlijk over praten is het terugdringen van het energiegebruik voor verwarming. We gaan onze gebouwen beter isoleren, nemen HR++ glas, doen aan goede ventilatie en warmteterugwinning uit de ventilatielucht. Daarnaast kijken we of we met een WKO (warmte-koude opslagsysteem) of restwarmte onze ruimten met lage temperatuur kunnen verwarmen. Dit leidt ertoe dat het energiegebruik voor verwarming ook inderdaad afneemt. In nieuwe gebouwen of drastisch gerenoveerde gebouwen is het energiegebruik voor verwarming goed terug te brengen tot minder dan 1000 kWh per jaar per werkplek.

Natuurlijk letten we ook wel een beetje op het elektriciteitsgebruik. Waar we wel naar kijken is het elektriciteitsgebruik voor verlichting en koeling, maar de rest van het elektriciteitsgebruik beschouwen we als een soort natuurgegeven, want het is niet gebouwgebonden. Het elektriciteitsgebruik in gebouwen is dan ook een post die alleen maar stijgt.

Ruwweg een derde van ons elektriciteitsgebruik is daarbij voor verlichting, een derde voor ICT en een derde voor de rest: koeling, pompen, koffiedrinken, eten. Laten we dit elektriciteitsgebruik nu eens goed bekijken.

Het verlichtingssysteem moeten we echt anders aanpakken. We moeten over naar led-verlichting, maar niet alleen door lampen te vervangen door led-lampen. Uiteraard erg besparend, maar we kunnen veel meer besparen als we de afstand kunnen verkleinen tussen waar we licht produceren en waar we licht consumeren (onze ogen). We produceren nu veel licht aan het plafond, maar leds kunnen we integreren in onze bureaus, stoelen, kasten, computers, printers, etcetera. Of in strippen op de vloer, de muur of vensterbank plakken. Dan produceren we licht veel dichter bij onze ogen en besparen nog meer energie. We kunnen leds ook draadloos schakelen. Het betekent dat het verlichtingssysteem geen vast onderdeel meer van een gebouw hoeft te zijn.

Op deze wijze kun je factoren besparen op het energiegebruik voor verlichting. En een led kan vele andere functies vervullen: hij kan bij brand de uitgang wijzen, signaleren, het is eigenlijk ook een computerscherm of tv. Een elektronicafabrikant brengt nu al de ‘smart window’ op de markt. Een raam geïntegreerd met led, dat kan tegelijkertijd blindering zijn, zonwering, verlichting en computer/tv screen. Geen verlichting, geen zonwering, geen gordijnen, geen beamer en geen tv-scherm meer nodig, het zit allemaal in je raam!

Dan het elektriciteitsverbruik van ICT: computers, servers, printers, etcetera. Een post die alleen maar toeneemt. Nu gaan we met zijn allen in de cloud werken, waarmee we het energiegebruik voor een deel naar buiten het gebouw verplaatsen. Toch hoort dit soort energiegebruik wel degelijk tot het energiegebruik van de werkplek.

En dan is er nog iets bijzonders aan de hand met ons elektriciteitsnet. Het is een wisselspanningsnet, AC, maar alle apparaten werken op gelijkspanning, DC, en met duurzame energie produceren we op gelijkspanning. Door ons elektriciteitsnet DC te maken kunnen we eenvoudig 10 à 30% besparen.

Besparing
Veel van het elektriciteitsgebruik kan door energie-efficiënt inkoopbeleid en vooral ook door intelligente monitoring en control van elk individueel verbruik worden voorkomen. Vooral dit laatste is iets wat betekent dat sensoren ingebouwd moeten worden in bijvoorbeeld stopcontacten en apparaten waarmee verbruik wordt geregistreerd en je kunt uit- en aanschakelen. Mijn schatting is dat dit tot een besparing van 50% op het elektriciteitsgebruik kan leiden.

Bij het verduurzamen van vastgoed hoort in mijn ogen dan ook niet alleen het gebouwgebonden verbruik, maar ook het verbruik tijdens exploitatie. Dit zou een plek moeten krijgen in de labels of certificaten.

Naast verwarming en elektriciteit is er echter nog een belangrijke post die we in het verduurzamen van vastgoed mee moeten nemen en veelal wordt vergeten. Dat is het energiegebruik voor woon-werkverkeer. Het energiegebruik voor woon-werkverkeer is belangrijk, zo niet de belangrijkste post. In Nederland rijden we gemiddeld 22 kilometer naar ons werk, dus ook weer 22 kilometer terug naar huis. En 60% komt met de auto naar het werk. Dus gemiddeld brengt elke werkplek ook 4000 kilometer per jaar aan auto woon-werk verkeer met zich mee. Als we veronderstellen dat we 1 op 10 rijden, betekent dit een energieverbruik voor woon-werkverkeer met de auto van 4000 kWh per jaar. Dit is ongeveer hetzelfde als het energieverbruik voor verwarming en elektriciteit samen.

Maar ja, niet gebouwgebonden, dus daar bemoeien we ons niet mee, behalve dan de bushalte voor de deur. Toch kunnen we hier heel veel, vooral omdat de toekomst aan elektrisch rijden is. Nu al is een kwart van alle fietsen en scooter verkopen elektrisch. Maar ook de auto wordt elektrisch en dat past prima bij duurzaam vastgoed. Zet namelijk op elke parkeerplek ook een laadpaal voor een elektrische auto. Elektrisch rijden is goed voor het lokale milieu, geen fijnstof, geluid, NOx en geeft minder CO2 uitstoot.

Stimuleer nu je werknemers om een elektrische auto voor woon-werk verkeer aan te schaffen en laat je werknemers gewoon gratis elektriciteit laden. Dat kost je bijna niks. Voor 4000 km per jaar heb je zo’n 700 kWh elektriciteit nodig. Als bedrijf met een gebruik van zo’n 50.000 kWh per jaar, betaal je per kWh ongeveer 18 cent per kWh (minder dan thuis waar je ongeveer 25 cent per kWh betaalt). Dus je geeft ongeveer € 125 per jaar extra uit per werknemer. Maar anders had je je werknemer een vergoeding van 19 cent per kilometer gegeven, dus in totaal € 760 per jaar.

Energie produceren
Is dit het dan? Verwarming, elektriciteit en woon-werk verkeer. Nee het gaat verder, we gaan ook energie produceren op en met ons vastgoed. We denken daarbij aan zonnecellen en zonneboilers op het dak, mogelijk een wkk-installatie (warmtekrachtkoppeling) die op bio-olie, of biogas draait, uit ons afval. Maar er is in de toekomst meer. Onze auto wordt een elektriciteitscentrale en kan stroom gaan leveren aan het net!

We denken dat elektrisch rijden betekent rijden op een elektromotor met een batterij waar we elektriciteit in opslaan om op te kunnen rijden. Maar zo’n elektrische auto heeft twee grote nadelen. De actieradius is beperkt en de oplaadtijd te lang. Daarom zien we nu dus ook al de hybride auto, met een brandstofmotor die eigenlijk elektriciteit produceert. Zo’n automotor heeft echter maar een rendement van hooguit 20%.

Maar in de toekomst krijgen we de brandstofcel als automotor, die produceert elektriciteit met 60% rendement. Een veel beter rendement dan het gemiddelde van ons elektriciteitsproductiepark. Dus dan gaan we onze auto gebruiken voor de productie van elektriciteit en verandert de parkeerplaats bij ons vastgoed in een elektriciteitscentrale. Deze toekomst zijn we aan het ontwikkelen op de TU Delft in de green campus: zie www.the-green-campus.com.

En zo verandert ons vastgoed van energieconsument in een heuse energiefabriek. ■

  • De TU Delft ontwikkelt the green campus, een energiebewust universiteitscomplex.
  • Ik gebruik op mijn werk meer energie dan thuis. Daar zit je dan, als professor ‘future energy systems’
  • We kunnen veel besparen als we de afstand verkleinen tussen waar we licht produceren en waar we licht consumeren De auto op de parkeerplaats bij het werk wordt een elektriciteitscentrale en kan stroom gaan leveren aan het net

Ad van Wijk is buitengewoon deeltijdhoogleraar future energy systems aan de TU Delft. In deze positie richt hij zich op energiesystemen van de toekomst. Van Wijk heeft een achtergrond in wetenschappelijk onderzoek en onderwijs op het gebied van energie en innovatie. In 1984 richtte hij het bedrijf Ecofys op, later onderdeel van Econcern, dat inmiddels failliet is. Tot 2009 was Van Wijk bestuursvoorzitter van Econcern.

Contribution in ‘Energie Actueel’ magazine (Dutch): 1 uur

Ook beschikbaar als PDF.

Er is geen energiecrisis. Sterker nog, er zal nooit een energiecrisis komen. Want de zon  geeft ons in minder dan één uur meer energie dan dat we in de wereld in een heel jaar verbruiken.

De energie die we elk jaar van de zon ontvangen is 5.450.000 EJ (1018 Joule). Deze geweldige hoeveelheid energie is maar een zeer kleine fractie van de energie die de zon produceert. Maar 0,000 000 05% van alle energie die door de zon wordt geproduceerd
bereikt de aarde.

Maar het wereldwijde energieverbruik is slechts zo’n 500 EJ. U ziet, we ontvangen van de zon meer dan 10.000 keer energie dan dat we per jaar gebruiken. En dan verspillen we
ook nog eens ruwweg 98% van de energie
die we gebruiken. We kunnen dus met gemak wel 10 keer zoveel mensen meer dan 10 keer zoveel energiediensten leveren dan dat we
nu doen. Er is geen sprake van een energiecrisis nu of in de toekomst.

Maar waarom spreken we dan over energiecrisis en afnemende energiereserves? Waarom voeren we oorlog om energie? En waarom leggen we strategische energievoorraden aan als er zoveel is? We denken dat energie uit de grond moet komen. We steken ons kop in het zand om naar olie, gas of kolen te zoeken. Maar daar zit maar een klein beetje van de zonne-energie in de vorm van plantenrestjes die miljoenen jaren geleden toevallig in de grond zijn gekomen en daar nu in de vorm van kolen, olie of gas zijn opgeslagen. We moeten dan ook niet onze kop in het zand steken om naar energie te zoeken, nee, we hoeven simpelweg maar omhoog te kijken. Eigenlijk toch wel gek en zó stenen tijdperk dat we de zonne-energie eerst in de bodem opslaan, miljoenen jaren gaan wachten, dan enorm in de bodem gaan staan wroeten om daar met veel moeite dat hele kleine beetje energie uit te halen.

De zon geeft ons dus enorm veel energie, maar wat gebeurt er met deze energie van de  zon. Zo’n 34% van de zonne-energie wordt gereflecteerd door de aarde en verdwijnt dus weer; 42% van de zonne-energie wordt gebruikt voor verwarming van het land en het  ater; 23% van de energie van de zon gaat in het verdampen van water zitten, in de zogenoemde watercyclus. 1-2% van de zonne-energie wordt gebruikt om wind en golven te maken. En 0,05% van de energie wordt gebruikt door planten om er biomassa van te maken. Dus ook windenergie, golfenergie, waterkracht, energie uit biomassa zijn naast dat wij zonneenergie noemen allemaal afgeleide vormen van zonne-energie. Naast zonne-energie zijn er eigenlijk nog twee andere vormen van duurzame energie. Getijde-energie wordt veroorzaakt door de zwaartekracht, de aantrekkingskracht van aarde, maan en zon. En aardwarmte, voortkomend uit radioactieve vervalprocessen in het binnenste van de aarde.

Het kan dan wel waar zijn dat we wereldwijd meer dan voldoende duurzame energie  hebben, maar hoe zit dat in ons kleine, dichtbevolkte Nederland met veel energieslurpende industrie? Heeft dat genoeg oppervlak om al zijn energie uit duurzame bronnen te  roduceren? Jazeker, ook Nederland kan meer dan genoeg energie uit duurzame bronnen produceren om in al zijn energiebehoefte te voorzien. In Nederland gebruiken we zo’n 110 TWh per jaar aan elektriciteit, 110 miljard kWh is dat. Dit kunnen we met offshore windenergie produceren als we in een gebied van 3.000 km2 om de kilometer een  windturbine neerzetten. Het Nederlands continentaal plat beslaat 60.000 km2, dus slechts 5% hiervan benutten we voor het neerzetten van windturbines. En ook deze 5% van de  zee is niet vol met windturbines, nee daar kunnen de mooiste natuurgebieden ontstaan, daar kunnen we zeewier kweken voor farmaceutische producten, veevoer en bio-energie, golfenergie winnen, mosselen kweken aan de palen van de windturbines en zelfs zal dit gebied de kraamkamer voor de visstand worden. We hebben nog meer energie nodig natuurlijk, bijvoorbeeld voor rijden. In Nederland rijden we per jaar bijna 1.000 miljard autokilometers. Als we dit elektrisch gaan rijden, zouden we daarvoor nog eens zo’n 140 TWh per jaar nodig hebben. Dat kan er met gemak bij op ons deel van het continentaal plat.

We zouden deze windenergieproductie in de Noordzee in de eerste fase ook heel goed kunnen combineren met elektriciteitsproductie uit de laatste restjes gas en olie die we nog in de Noordzee hebben. We zetten gewoon een elektriciteitscentrale op een platform en stoppen de CO2 die daarbij vrijkomt direct weer in het olieveld. Krijgen we in principe nog meer olie uit het veld. Als de olie dan echt op is, stoppen we er gewoon biomassa in om elektriciteit mee te produceren, waarvan we de CO2 ook nog eens opslaan. En we bouwen op de Noordzee een aantal nieuwe ‘Maasvlakten’, waarop we deze nieuwe energie, landbouw en biochemische industrie en bedrijvigheid neerzetten. Een geweldige
uitdaging voor onze internationaal vooraanstaande offshore bedrijven, onze chemische en petrochemische industrie en onze agro-industrie. Dat creëert nieuwe innovatieve, hoogtechnologische, duurzame bedrijvigheid en werkgelegenheid. Want tja, die Noordzee loopt echt niet naar China of Turkije en die wind blijft ook nog wel even waaien.

Misschien een ideetje voor een volgend kabinet, want hier liggen geweldige kansen voor  Nederland, voor duurzame energie, voor onze industrie en voor de werkgelegenheid.
De nieuwe duurzame VOCmentaliteit, waarom niet?

Ad van Wijk is duurzaam energieondernemer, adviseur en professor in Future Energy Systems aan de TU Delft.

Press release inaugural address

De Nederlandstalige versie is hier te vinden.
The .pdf of this press release can be downloaded here.

Our cars will be our power plants in the future

It is not the availability of energy that is relevant, but the energy services we need it for, such as a warm house or a boiled egg. These services should then be offered as energyefficiently as possible. In his inaugural address TU Delft Professor Future Energy Systems and sustainable energy entrepreneur, Ad van Wijk, calls for the development of new energy systems and in particular for a new perspective on energy. The car, for instance, will be our future power plant according to Van Wijk. Ad van Wijk will give his inaugural address on 7 December at 15.00 in the Aula Congress Centre at TU Delft. The address will also be broadcast live via the internet.

Unlimited availability
“The energy debate almost always focuses on the availability of energy. How much fossil energy is left? How many households does one wind farm supply with electricity? What the debate should be about is which energy services are needed, a warm house, a boiled egg or a ton of steel for example, and how these services can be offered in an energy-efficient way”, says Professor of Future Energy Systems and renewable energy entrepreneur Ad van Wijk. There is in fact no shortage of energy. “We can improve the energy-efficiency to a great degree – at the moment we waste up to 98% – maar
more important is that there is an unlimited supply of sustainable energy.” In his inaugural address at TU Delft, Van Wijk calls for the development of new, efficient, integrated, flexible and local sustainable energy systems, but in particular for a new perspective on the issue of energy.


The Energy Wall generates energy, reduces particle and noise emissions and houses a people mover (image by Florian Heinzelmann, TU Delft)

The car as a power plant
At TU Delft, Van Wijk plans to bring together scientists, students and businesses to develop efficient and sustainable energy services, energy systems and energy technology based on this new type of thinking. Van Wijk will do this by developing the Green Campus. “by means of a series of innovations on the TU Delft terrain we want to develop a sustainable, living and entrepreneurial campus designed ‘to discover, learn and inspire’. One of these projects is a sustainable parking garage that will also serve as an electricity plant. Initially, the garage will only offer facilities for charging electric vehicles. In the future, Van Wijk also expects cars to be fitted with fuel cells. When the vehicles are parked, these fuel cells will be able to convert biogas or hydrogen into electricity. The garage will turn into an electricity plant of considerable size. Van Wijk: “If you use fuel cells to generate electricity in the parking garage, our 500 car garage will also be a 40 MW electricity plant.”
There is also an added bonus for car owners: they will actually be paid for parking.

Van Wijk predicts that the fuel cell car will be the new, efficient and flexible electricity production park of the future. “In one year we buy more electricity generating capacity via our cars than the electricity production capacity currently in place in the Netherlands.” The greatest challenge, however, will be to innovate the energy industry and the legislation and regulations necessary for these changes

Another project will be the Energy Wall sited alongside the Kruithuisweg, the motorway connecting the A13 and the railway station Delft Zuid. The wall generates energy, provides roadside lighting and reduces the emission of particulates and noise. A people mover is planned to ride on top of the wall.

Ad van Wijk
Ad van Wijk is a renewable energy entrepreneur and innovator. He studied Physics at the University of Utrecht, where he was awarded his PhD for research on wind energy and electricity production. From 1982 until 1997, he was a research fellow at the University of Utrecht, most recently as the head of the Energy and Environment research group. In 1984, Van Wijk founded the company Ecofys (which later became part of Econcern). Ecorncern supplies services and products in the field of renewable energy and energy efficiency, such as the offshore wind farm Prinses Amalia and various solar energy
farms in Spain. Until 2009, Van Wijk was the CEO of Econcern. He has received a number of awards and prizes for his work, including Entrepreneur of the Year in 2007 and Top Man of the Year in 2008.

The part-time Chair in Future Energy Systems is funded by Eneco. By entering into this alliance, TU Delft and Eneco aim to boost the possibilities for and the use of renewable energy solutions in the Netherlands.

More information:
Ad van Wijk, Professor of Future Energy Systems, faculty of Applied Sciences, TU Delft. Phone: +31 (0)15 278 6320, e-mail: a.j.m.vanwijk@tudelft.nl.
Ineke Boneschansker, science information officer at TU Delft. Phone: +31 (0)15 278 8499, e-mail: i.boneschansker@tudelft.nl.

Journalists are welcome to attend the address. Please register by sending an e-mail to
i.boneschansker@tudelft.nl.

The inaugural address will also be broadcast live at 15.00, 7 December 2011 via http://now.tudelft.nl.

At TU Delft, more than 700 researchers and numerous students are working on energy-related subjects. The Delft Energy Initiative provides access to their work. More information is available at www.energy.tudelft.nl.

Persbericht inaugurele rede (Dutch only)

The English version is available here.
De .pdf van de Nederlandse versie is hier te downloaden.

Onze auto wordt de elektriciteitscentrale van de toekomst

Niet de beschikbaarheid van energie is relevant, maar de vraag welke energiediensten we nodig hebben, een warm huis of een gekookt eitje bijvoorbeeld. Deze moet je dan zo efficiënt mogelijk aanbieden. In zijn intreerede als hoogleraar Future Energy Systems aan de TU Delft bepleit duurzame energieondernemer Ad van Wijk de ontwikkeling van nieuwe energiesystemen en vooral een nieuwe kijk op het onderwerp energie. Zo wordt onze auto volgens Van Wijk in de toekomst onze elektriciteitscentrale. Ad van Wijk spreekt zijn intreerede uit op 7 december om 15.00 in het Aula Congrescentrum aan de TU Delft. De rede is ook live te volgen via internet.

Onbeperkt beschikbaar
“Het debat over energie gaat vrijwel altijd over de beschikbaarheid ervan. Hoeveel fossiele energie is  er nog? Hoeveel huishoudens kun je van elektriciteit voorzien met een windpark? Waar de discussie over zou moeten gaan, is welke energiediensten er nodig zijn, een warm huis, een gekookt ei of een ton staal bijvoorbeeld, en hoe je deze diensten zo energie-efficiënt mogelijk aanbiedt”, zegt Ad van Wijk, hoogleraar Future Energy Systems van de TU Delft en duurzame energieondernemer. In feite is er geen energietekort. “We kunnen de energie-efficiëntie enorm verbeteren – we verspillen momenteel zo’n 98% – maar belangrijker is dat duurzame energie onbeperkt beschikbaar is.” In zijn intreerede aan de TU Delft bepleit Van Wijk de ontwikkeling van nieuwe, efficiënte, geïntegreerde, flexibele en lokale duurzame energiesystemen, maar vooral een nieuwe kijk op het onderwerp energie.


De Energy Wall wekt energie op, vermindert fijnstof en geluid en herbergt een people mover (beeld door Florian Heinzelmann, TU Delft)

De auto als elektriciteitscentrale
Aan de TU Delft gaat Van Wijk wetenschappers, studenten en bedrijven bij elkaar brengen om vanuit dit nieuwe denken efficiënte en duurzame energiediensten, energiesystemen en energietechnologie te ontwikkelen. Dit gaat Van Wijk doen door de Green Campus te ontwikkelen. “Door middel van een aantal innovatieve projecten willen we op het TU Delft terrein een duurzame, levende en ondernemende campus ontwikkelen om ‘te ontdekken, te leren en te inspireren’”. Een van deze projecten is een duurzame parkeergarage die fungeert als elektriciteitscentrale. In eerste instantie biedt de garage alleen oplaadpunten voor elektrische voertuigen. Van Wijk verwacht dat auto’s op termijn ook worden voorzien van brandstofcellen. Als de auto’s geparkeerd staan, kunnen deze brandstofcellen onder meer biogas of waterstof omzetten naar elektriciteit. De parkeergarage wordt zo een behoorlijke elektriciteitscentrale. Van Wijk: “Als je in de parkeergarage met brandstofcellen elektriciteit opwekt, hebben we met een garage van 500 auto’s een 40 MW elektriciteitscentrale gebouwd.” Bonus voor de auto-eigenaar: die krijgt betaald voor het parkeren. Van Wijk voorspelt dat de auto met brandstofcel het nieuwe, efficiënte en flexibele elektriciteitsproductiepark van de toekomst kan worden. “In een jaar kopen we namelijk meer elektriciteitsproductievermogen via onze auto’s dan er aan opgesteld elektriciteitsproductievermogen in Nederland staat.” Het innoveren van de energie-industrie en de wet- en regelgeving is hierbij overigens nog een flinke uitdaging.

Een ander project is de Energy Wall, een energiemuur langs de Kruithuisweg, de verbindingsweg tussen A13 en station Delft Zuid. De muur wekt energie op, zorgt voor wegverlichting en reduceert zowel uitstoot van fijnstof als geluid van het verkeer. Ook is het de bedoeling dat er een ‘people mover’ over de muur gaat rijden.

Ad van Wijk
Ad van Wijk is duurzaam energieondernemer en innovator. Hij studeerde Natuurkunde aan de Universiteit Utrecht en promoveerde daar op een onderzoek naar windenergie en elektriciteitsproductie. Hij was van 1982 tot 1997 universitair onderzoeker bij de Universiteit Utrecht, waarvan de laatste jaren hoofd van de onderzoeksgroep Energy and Environment. In 1984 richtte Van Wijk het bedrijf Ecofys op (later onderdeel van Econcern). Ecorncern leverde diensten en producten op het gebied van duurzame energie en energie-efficiëntie, zoals het offshore windpark Prinses Amalia en zonne-energieparken in Spanje. Van Wijk was tot 2009 bestuursvoorzitter van Econcern. Hij heeft meerdere onderscheidingen en prijzen ontvangen voor zijn werk, waaronder Ondernemer van het Jaar in 2007 en Topman van het Jaar in 2008.

De deeltijd leerstoel Future Energy Systems wordt gefinancierd door Eneco. Met deze samenwerking willen TU Delft en Eneco de mogelijkheden en het gebruik van duurzame energieoplossingen in Nederland stimuleren.

Meer informatie:
Ad van Wijk, hoogleraar Future Energy Systems, faculteit Technische Natuurwetenschappen, TU Delft. Tel: 015 278 6594, e-mail: a.j.m.vanwijk@tudelft.nl.

Ineke Boneschansker, wetenschapsvoorlichting TU Delft. Tel: 015 278 8499, e-mail: i.boneschansker@tudelft.nl.

Journalisten zijn van harte welkom de rede bij te wonen. Graag aanmelden door een e-mail te sturen naar i.boneschansker@tudelft.nl.

De intreerede wordt op 7 december om 15.00 live uitgezonden via http://now.tudelft.nl

Aan de TU Delft werken meer dan 700 onderzoekers en vele studenten aan energieonderwerpen. Het Delft Energy Initiative ontsluit hun werk. Meer informatie op www.energie.tudelft.nl.Dit bericht is afkomstig van de TU Delft, Marketing & Communicatie, Postbus 5, 2600 AA Delft, www.tudelft.nl.